Menu
De kernvraag waarover de Hoge Raad zich via haar arrest moest uitspreken was of Uber-chauffeurs werknemers zijn of zelfstandig ondernemers. De Hoge Raad heeft nu duidelijk gemaakt dat twee chauffeurs die exact hetzelfde werk doen toch verschillend beoordeeld kunnen worden: de een als werknemer, de ander als zelfstandige. Het verschil? Hun ondernemerschap.
Deze uitspraak biedt dus meer ruimte voor maatwerk. Tot nu toe werd vaak gedacht dat de uitoefening van bepaalde functies automatisch zou worden gezien als arbeidsovereenkomst. Wat de Hoge Raad nu in feite zegt is “kijk naar het grotere plaatje, inclusief hoe ondernemend de werkende zelf is.”
In de praktijk zullen meerdere factoren een rol spelen bij de vraag of sprake is van ondernemerschap aan de zijde van de ZZP’er. Hierbij kun je denken aan vragen als:
Deze uitspraak heeft gevolgen voor de nieuwe wet VBAR (opvolger van de wet DBA). In het wetsvoorstel stond dat ondernemerschap pas als laatste criterium zou meetellen. De Hoge Raad heeft zich nu echter op het standpunt gesteld dat ondernemerschap een volwaardig criterium is dat vanaf het begin meeweegt. Minister Van Hijum heeft al aangegeven dat hij de wet hierop gaat aanpassen.
De boodschap van de Hoge Raad is helder: er is niet één mal waar alle werkenden in moeten passen. Wie zich als echte ondernemer gedraagt, mag ook zo behandeld worden. De uitspraak is goed nieuws als jouw bedrijf met echte ondernemers werkt. Je krijgt hierdoor meer zekerheid dat de arbeidsrelatie stand houdt als de ZZP’er zich ook echt als zodanig gedraagt.
Tegelijk betekent het dat je scherper moet kijken naar ZZP’ers die ‘werknemersgedrag’ vertonen. Deze uitspraak vormt immers geen vrijbrief om iedereen als ZZP’er in te huren. Het betekent wel dat je met meer vertrouwen kunt werken met zelfstandigen die aantoonbaar ondernemer zijn. Zorg dat je dit goed documenteert en blijf alert op ontwikkelingen rond de wet VBAR.
Heb je vragen over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact met ons op.
Auteur: Niels Vanaken